CLUBHISTORIEK
DEEL I
HET VERHAAL VAN DE VOORZITTER
30 jaar geleden was ik hoe oud? … In ieder geval heel wat jonger. Mijn vader en nonkels speelden volleybal bij
Govok, de Gooreindse volleybalclub, maar ikzelf was een fervent turner. Ik ging echter van jongsaf mee naar de matchen, maar dan om samen met mijn broer verloren geldstukken te zoeken onder de stoffige tribune van de oude zaal naast het Sportpaleis in Antwerpen. Mijn moeder was daar nooit content mee, ook al vonden we soms meer dan 20 frank. We kwamen namelijk altijd zo zwart als een hoge hoed thuis. In die oude zaal, niet veel meer dan een kille loods, speelde Govok toen zijn thuismatchen, want van een sporthal was toen nog geen sprake toen in onze contreien.
Toen ik een jaar of 18 was mocht ik zelf meedoen met ‘Govok-Nafta’. De sponsor was een Russische oliemaatschappij, in volle Koude Oorlog. Die Russen konden wel volleyballen, maar van ploegsfeer was er weinig sprake, want die gasten vertelden nooit niet veel in het met zwaar accent vervuilde Engels dat ze spraken.
Alhoewel ik wel een beetje kon volleyballen werd ik toch in de tweede ploeg gedropt, als enige jeugdproduct dat Govok ooit voortbracht. Want de Russen gingen voor; zij betaalden ons lidgeld.
Via de volleybalgekke familie De Ridder, die van mijn toenmalig lief en latere echtgenote, belandde ik bij
Sportiek Kalmthout, de voorganger van
VC Kalmthout. Die wilden namelijk met een tweede ploeg starten in het Antwerps Verbond der Vriendenclubs.
De eerste kennismaking met mijn ploegmaats was nogal choquerend. Niet dat ik zo’n brave was, maar toch… Het was op een groot internationaal toernooi in Kieldrecht, en om half 9 ’s morgens, tegen de start van dat toernooi, stonden de bierbekers al 1 m hoog opgestapeld. De hoogste stapel in vergelijking met de naburige tafels! Ik maakte er voor het eerst kennis met échte ploegsfeer. In deze sfeer kabbelde mijn carrière verder. Plezier maken was minstens zo belangrijk dan goed volleybal spelen, al bleef die ambitie wel kriebelen, diep vanbinnen.
We spreken
eind jaren 80. Onder impuls van Jos Stevens was VC Kalmthout toch wel wat ambitieuzer dan de gemiddelde Vriendenclub. Al vlug waren er vier teams, 2 vrouwen- en 2 mannenploegen. Toen reeds vonden de eerste verkennende gesprekken plaats met
Eska Fiksit, met het oog op een fusie. Maar dat stuitte in die dagen op een krachtig ‘njet’ van bestuur en leden. De tijd was blijkbaar nog niet rijp voor een grotere club in het Kalmthoutste.
Govok hield het ondertussen voor bekeken, want de Russen draaiden de olie- en geldkraan dicht. Govok Gooreind ging op in VC Kalmthout, en dus kreeg de club er een ploeg bij in het Vlaams Katholiek Sportverbond. Die ploeg steeg daarna jaar na jaar, tot ze enkele jaren geleden Kampioen werd in Eerste Afdeling, en het seizoen daarna de Beker Van Antwerpen won. Na dat hoogtepunt werd het succesvolle team opgedoekt.
Maar we wijken af. Het hoogtepunt van VC Kalmthout kwam er in
1990, niet op sportief vlak, maar wel een extrasportief evenement. De club slaagde erin om in volle ‘Clouseau-manie’ Koen Wouters en de zijnen te strikken voor een concert. In de tent op de terreinen van de Zwarte Hond (ons stamcafé toen) daagde een massa volk op, minstens 3500 mensen. Dat concert bracht een bom geld op, en daarmee werden Jos Stevens en Nic De Ridder vrijgekocht bij Volmar Ekeren. Het was de tijd dat je nog moest betalen voor een transfer. We kochten ook een nummer in 2de provinciale, maar zakten twee seizoenen later, toen sterkhouder Jos Stevens was afgehaakt, al naar derde.
In het voorjaar van
1993 was de fusie met Eska Fiksit een feit. Robert Doorn, toen de grote regelneef bij Fiksit, zag een uitbreiding van de club en vooral van het bestuur wel zitten. Tot die tijd waren wedstrijden tussen Fiksit en Kaltmhout bikkelharde derby’s, en plots werden al die mensen samengebracht in één club, onder één bestuur dat mekaar van haar noch pluimen kende. Geen evidentie. Maar met hetzelfde doel voor ogen, de uitbouw van een kwalitatieve club, lukte de samenwerking wonderwel, en ontstond al vlug de echte Fixitspirit. Ook het feit dat er enkele VKS-damesploegen, namelijk Deska en Gentiaan, mee in de fusie stapten kon de pil wel wat verzachten. Plots werd Fixit (vanaf toen met een X) een grote club. Fons Vaningelgem, onze ondervoorzitter, en Marc Scheers zijn de erfgenamen van de Eska Fiksit-tak van onze huidige club. Voorwaarde voor het nieuwe Fixitbestuur was wel dat er werd gestart met jeugdwerking. Hugo Quirynen werd door voorzitter Gert Meulemeester en mezelf aangezocht om deze jeugdwerking mee op te starten.
Midden de jaren 90 werden afspraken gemaakt met
TGN Wuustwezel voor samenwerking in de jeugdopleiding. Zij gingen zich vooral richten op de meisjes, en Fixit op de jongens. De niveauwerking en volleybalspeeltuin waren een gezamenlijk project van beide clubs, onder impuls van Marc Dellafaille. De wederzijdse bestuiving die het gevolg was van deze samenwerking leverde in beide clubs vruchten op. Fixit haalde successen bij de jongens, en TGN won bekers en titels bij de meisjes.
Door het verder doordrijven van de opdeling in een meisjes- en jongenssectie werd in
2002 besloten om de ganse herensectie van TGN over te hevelen naar Fixit Kalmthout. Dat was in feite de voorbode van de latere fusie. Er was veel natuurlijke interactie tussen beide clubs, zowel op niveau van het bestuur, als tussen meerdere ploegen. Die natuurlijke manier van omgaan bleek later de beste garantie voor het doen slagen van de op til zijnde fusie.
Die kwam er echter niet vanzelf. TGN wilde al een jaar vroeger de stap zetten, maar het duurde nog twee seizoenen alvorens de fusie een feit was. Aanvankelijk hadden namelijk de Fixitleden wat argwaan, omdat ze vreesden dat een grotere club minder sfeervol zou zijn. Dat is natuurlijk een reëel gevaar waarvoor het bestuur waakzaam moest zijn. Fixit was bekend als een feestclub waar een paar bakken bier en een gammele zelfgefabriceerde toog in een opbergruimte al garant stonden voor onvergetelijke feestjes.
Een jaar later, in
2004 kwam de fusie er toch. De nieuwe naam luidde ‘Fixit-Wuustwezel’, omdat in die naam de erfenis van beide clubs verscholen zat. In één klap telde de club 24 ploegen en 250 leden. Dat is een grote verantwoordelijkheid, maar het bestuur werd ook versterkt, en de taken werden oordeelkundig verdeeld. Dankzij dat dynamische bestuur en de vele enthousiaste leden staat de club nu wel degelijk op de Vlaamse Volleybalkaart.
Ook de gemeentebesturen van Kaltmhout en Wuustwezel zien dat er ernstig gewerkt wordt, en dat vertrouwen zorgt ervoor dat we in Achterbroek een eigen clubruimte hebben kunnen realiseren. Fixit heeft nu een eigen nest waar alle leden thuis kunnen komen, en dat bovendien voor de broodnodige inkomsten zorgt.
Het doorgedreven nastreven van kwaliteit had ook een keerzijde voor wat betreft de jeugdwerking. De beste jeugdspelers verlieten namelijk ons clubje omdat ze niet voldoende niveau vonden binnen de eigen vereniging. Vandaar dat Fixit 2 seizoenen geleden investeerde in de oprichting van een divisieploeg bij de heren, zodat we onze jeugd kansen kunnen bieden tot hogere niveaus. Het is mijn overtuiging dat we ook bij de dames hogere regionen moeten opzoeken. Daarvoor hebben we de jongste jaren gewerkt aan een sterk trainerscorps en een moderne manier van werken, met stages, clinics, trainersbijscholingen en ondersteunde krachttraining.
Het is mijn innigste wens dat Fixit, ondanks die sportieve ambitie, een vriendelijke, gezellige en familiale club blijft. Een goeie sfeer zorgt voor goeie cement tussen alle clubgeledingen. Want ook het recreatief volleybal blijft het bestuur belangrijk vinden. Iedereen moet onze geliefde sport kunnen beoefenen: jong, oud, toptalent of recreant.
Dàt is de intentie voor de volgende jaren. Het zal hard werken blijven, maar het is met liefde gedaan.
Jan Peeters, augustus 2007
DEEL 2
DE TGN-STORY
Volleybalclub TGN is ontstaan in de wijk Rijsvennen te Wuustwezel. In 1977 trok Freddy Van der Herten, destijds trainer van de damesploegen van DOSKO (Essen), met een groepje kinderen uit de wijk naar het 'volleybalpleintje' achter de wijk. Het pleintje was niet meer dan een stuk ruwe asfalt met twee palen. Een geleende bal van DOSKO werd meegenomen en een koord, dat tussen de twee palen werd gespannen.
Na enkele weken werd op een zonnige dag een pot gele verf en een verfborstel meegenomen en werden er lijnen geschilderd op het asfalt.
De groep kinderen groeide stilaan aan. Het werd al vlug bekend dat er elke dinsdagavond om zeven uur gevolleybald werd in de Rijsvennen. Eerst werd er zoals het hoort opgewarmd, vervolgens werden er enkele oefeningen gedaan, met de nodige technische uitleg, om dan af te sluiten met enkele setten volleybal.
Doordat Freddy (toen in Wezel bekend als De Fred, of ook nog als Fred 13) ook actief was in de Vormselcatechese en de pas opgestarte Plusserswerking, kwamen al gauw een schare meisjes (Plussers en hun vriendinnen) van heel Wuustwezel-centrum en van Tereik op dinsdagavond afgezakt naar 'het pleintje'.
In die zomer nam Jefke Goetstouwers uit de Jan Breydelstraat het initiatief om een inzameling te houden in de wijk voor de aanschaf van een volleybalnet. Hij nam een lege schoendoos, sneed in het deksel een gleuf en trok zelf de wijk rond, van deur tot deur. Dit kwam natuurlijk ter ore van het bestuur van het buurtschap. Zij stelden voor om ons een net cadeau te doen, als we de nieuwe 'club' zouden opstarten onder de vleugels van het buurtschap. Freddy zag zijn initiatief echter ruimer dan de wijk en weigerde hierop in te gaan. Hij trok wel naar een toenmalige schepen en vroeg de gemeente om voor een net te zorgen. Schepen Albert Cornelissen gaf de toestemming om een volleybalnet aan te schaffen en de factuur te laten opsturen naar de gemeente. Met het rondgehaalde geld van Jefke kochten we onze eerste volleybal. En zo waren we dus gestart.
Toen de vakantie stilaan op z'n einde liep en de volleybaltrainingen in Essen hervatten eindigden ook de dinsdagavondtrainingen in de Rijsvennen. Enkele enthousiastelingen trokken toen met Freddy wekelijks naar de trainingen van DOSKO in de Omnihal te Essen.
Vermits de gemeente Wuustwezel in die jaren niet beschikte over een sporthal, werden de activiteiten van de club beperkt tot wekelijkse trainingen in openlucht in de Rijsvennen in de maanden mei, juni, juli en augustus. Verder namen we deel aan de trainingen van Volleybalclub DOSKO uit Horendonk (Essen) van augustus tot april en organiseerden we jaarlijks de VOLLEYBALDAG op de eerste zondag van de maand augustus.
In september 1982 was het dan zo ver: De gemeentelijke sporthal van Wuustwezel was een feit ! En dus konden we onder eigen vlag van start gaan in de competitie van de VVB (toen nog VIV) met een heren- en een damesploeg en in het VKS (nu Sporcrea) met twee damesploegen. Het feit dat er in eigen gemeente kon gespeeld en getraind worden, zorgde er ook voor dat een groep jonge dames, die tot dan in Maria ter Heide hadden getraind, aansloten bij TGN. Zij brachten ook hun trainer mee: Frans Goossens. Frans zou later zowat aan heel de club training geven en zijn stempel drukken op het clubleven !
We brachten het er schitterend vanaf dat eerste seizoen want onze dames werden zowel in het gewest als bij het VKS kampioen !
De sporthal bracht heel wat belangstelling mee voor het volleybal en ondermeer door het organiseren van initiatielessen groeide de club vrij snel en na enkele jaren telden we reeds 100 leden !
Onder impuls van Harrie de Koning werd er in 1987 een vzw opgericht en kreeg de club een degelijke structuur.
Onze jeugdwerking raakte vlug bekend in heel het Vlaamse land. Onder impuls van Jos Vandekeybus en Paul Van Looveren werden heel wat top-jeugdtornooien georganiseerd en gewonnen en stages gedaan onder leiding van de beste trainers van het land. Zo leverden we heel wat speelsters af aan verschillende clubs uit de nationale reeksen.
Rond de eeuwwisseling haakten verschillende bestuursmedewerkers af en ging het moeilijker en moeilijker om de sfeer erin te houden. Het bestuur had dringend behoefte aan vers bloed.
Vermits de herensectie niet meer vanonderuit werd aangevuld door sterke concurrentie van voetbal en basketbal, moesten we de
herensectie afstaan aan onze buren uit Kalmthout, waarmee we reeds samenwerkten op gebied van jeugdopleiding.
Die samenwerking met Fixit mondde in 2004 uit in de fusie, waarover Jan het al uitvoeriger had in zijn "verhaal van de voorzitter".